De NAPK is medio 2009 ontstaan uit de fusie van: DOD (DOD brancheorganisatie voor de dans), CNO (Contactorgaan van Nederlandse Orkesten) en VNT (Vereniging van Nederlandse Theatergezelschappen en -producenten). De NAPK is daarmee de belangrijkste koepel van professionele podiumkunstaanbieders in Nederland. Momenteel telt de NAPK meer dan honderd leden.

DOD is opgericht in 1981 als belangenbehartigingsorganisatie voor de meerjarig gesubsidieerde dansgezelschappen in Nederland. Bestuur en ledenraad van DOD bestonden uit de zakelijk leiders van de aangesloten gezelschappen. De vereniging groeide van 6 leden in 1981 naar 20 leden in 2006.
DOD stond aan de wieg van de omscholingsregeling voor dansers, het Pensioenfonds voor de dans en was vanaf 1991 als werkgeversorganisatie partij bij de eerste cao voor de dans. Arbeidsvoorwaardenbeleid en algemene belangenbehartiging waren de kerntaken van DOD. In de periode 1998-2008 maakte ook collectieve danspromotie deel uit van het takenpakket van DOD.

CNO (Contactorgaan van Nederlandse Orkesten) behartigde de gemeenschappelijke belangen van de Nederlandse symfonieorkesten en was gericht op samenwerking en ondersteuning met respect voor de positie en de belangen van de individuele orkesten.
CNO is opgericht in 1955. Tien jaar later, in 1965, werd CNO officieel een vereniging. Halverwege de jaren ‘90 telde CNO 15 symfonie- en kamerorkesten als leden. In die jaren voerde het CNO-bureau tevens het secretariaat van onder andere het WOP (Werkgeversoverleg Podiumkunsten, opgericht eind jaren ‘80) en zaten CNO, VNT en DOD onder één dak in het zogenaamde ‘WOP-pand’ aan de Herengracht 122 in Amsterdam. In 1997 vestigden deze drie organisaties zich weer op aparte locaties en kwam er bovendien een einde aan het WOP. In 2003 gingen CNO en VNT opnieuw samenwonen toen CNO ‘introk’ bij VNT op de Herengracht 174 en beide verenigingen tekenden voor een intensief samenwerkingsverband.

VNT begon haar bestaan als Vereniging van Nederlandse Toneelgezelschappen in 1959, een werkgevers- en belangenbehartigingsorganisatie voor de zeven rijksgesubsidieerde toneelgezelschappen. In de jaren ’90 sloten de rijksgesubsidieerde jeugdtheatergezelschappen zich aan (voorheen verenigd in De Bundeling) en vervolgens de mimegezelschappen (Mimecombinatie). In 1995 werden de doelstellingen opnieuw geformuleerd en ‘toneel’ in de naam veranderde in ’theater’. In 2002 traden ook ongesubsidieerde theaterproducenten toe en dit werd zichtbaar in de naam: Vereniging van Nederlandse Theatergezelschappen en -producenten. In het jaar van de fusie telde VNT 70 leden.
VNT was van meet af aan betrokken bij vele regelingen zoals het Pensioenfonds voor het Nederlandse Toneel, het Overbruggingsfonds Toneel, VUT-fonds voor Kunst en Cultuur en de Onderlinge Waarborgmaatschappij Theater.
Vlak na het 50-jarig jubileum in 2009 fuseerde VNT met DOD en CNO tot Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten.



