Het Fonds Podiumkunsten heeft op 1 augustus de besluiten op de ingediende subsidieaanvragen bekendgemaakt. En wat verwacht en gevreesd werd is nu zichtbaar: de kaalslag in het podiumkunstenveld is een feit.
De cijfers liegen er niet om: van de 69 aanvragen bij theater zijn er 18 volledig toegekend en 12 deels. 19 theatergezelschappen hebben een positief advies gekregen maar vallen wegens budgettekort toch nog buiten de boot. Van de 51 aanvragen bij muziek zijn er 11 volledig toegekend en 6 gedeeltelijk. 20 ensembles hebben een positief advies gekregen maar ook voor hen is geen budget beschikbaar. Binnen de categorie dans hebben van de 20 aanvragers slechts 5 een volledige toekenning van de subsidie ontvangen en 9 instellingen zijn deels gehonoreerd. Muziektheater: 17 aanvragen, 3 volledig toegekend, 3 ten dele. Festivals en concoursen: 46 aanvragen, 3 volledig toegekend, 10 ten dele.
Het is uiterst pijnlijk om te moeten constateren dat zoveel positief beoordeelde instellingen direct in hun voortbestaan worden bedreigd. Zeer gewaardeerde NAPK- en voormalig VNME-leden zijn onder de zogenaamde `zaaglijn’ terechtgekomen, ondanks hun artistiek-inhoudelijke en bedrijfsmatige kwaliteit. Hoewel de NAPK geen festivals of concoursen in het ledenbestand heeft, is duidelijk dat de catastrofe in die categorie óók gevolgen heeft voor de speelmogelijkheden van de theater- en dansgezelschappen en de ensembles, voor de talentontwikkeling van jonge makers en voor het enthousiasmeren van brede publieksgroepen voor de podiumkunsten.
De komende tijd zal de NAPK er bij de politiek op aandringen dat extra budget voor het Fonds Podiumkunsten absoluut noodzakelijk is. De gepubliceerde B-lijsten van alle categorieën samen tonen aan dat er een bedrag van € 15 miljoen nodig is om voor Nederland te behouden wat door de commissies van het Fonds Podiumkunsten van grote waarde voor het culturele landschap is bevonden. De internationaal zo geroemde pluriformiteit van de podiumkunsten in ons land, die brede voedingsbodem die direct of indirect bijdraagt aan de wereldklasse van de topinstellingen die Nederland heeft en die in een aantal gevallen zélf tot de internationale top behoort, die heeft absoluut bestaansrecht en moet behouden blijven.



