Onder de noemer Opinie vindt u onder andere de inleidingen die in de NAPK-Nieuwsbrieven zijn verschenen. In deze inleidingen gaan bestuursleden en directie in op actuele thema’s.
Bron: Inleiding NAPK-Nieuwsbrief / 20 september 2010
Door Peggy Olislagers, Directeur Nederlandse Dansdagen
Laat u verrassen!
De Nederlandse Dansdagen is hét festival bij uitstek waar de rijkdom en diversiteit van de Nederlandse dans te zien is. Vanuit die overtuiging volgde ik in april jl. Leontien Wiering als directeur op. En met die overtuiging kijk ik nu uit naar de komende editie op 1, 2 en 3 oktober in Maastricht. De Nederlandse dans is even divers als de wereld om ons heen en herbergt verschillende waarheden. Tijdens het festival schuren deze waarheden tegen elkaar aan, en nodigen de toeschouwers uit oog en geest aan te scherpen aan deze verscheidenheid van visies. Het aantal dansliefhebbers dat het festival bezoekt is de afgelopen jaren fors gegroeid. De NTR (fusie NPS, Teleac en RVU) brengt het festival in beeld, en vergroot dat publiek nog eens aanzienlijk. Dit jaar zal naast de reportage die op 10 oktober wordt uitgezonden, ook een extra uitzending van Kunststof TV (uitzending 17 oktober) over dansfilms tijdens het festival worden opgenomen.
Kunst raakt. Dans raakt. Ons publiek komt naar het theater omdat de dans ze ontroert, beweegt, doet verstillen of troost. Juist in deze tijd, waarin het bestaansrecht van kunst fundamenteel bevraagd wordt, is het belangrijk dat we ook blijven praten over deze intrinsieke waarde van kunst. Als kunstensector zien we ons uitgedaagd met heldere cijfers de politiek te overtuigen van onze economische en instrumentele kracht. Het is zeer belangrijk dat we dat juist nú doen, maar laten we ook blijven onderzoeken en delen wat danskunst in een mens kan oproepen. En laten we er taal aan geven om zo meer mensen de dans te laten ontdekken en genieten. Met een volgende editie 4 x 4 Danskritiek initieert de Nederlandse Dansdagen samen met Het Domein voor Kunstkritiek een enkele maanden durend project waarin verschillende jonge dichters en schrijvers, samen met journalisten en communicatiemedewerkers in de dansstudio van onder andere het Nationale Ballet en Noord Nederlandse Dans bijeenkomen. Het vinden van begrijpelijke, gevoelige taal, om de zintuiglijke ervaring die dans kan oproepen te kunnen delen is in dit project een belangrijk doel. De aftrap vindt plaats tijdens de Nederlandse Dansdagen op zondag 3 oktober om 10.30 uur in Theater aan het Vrijthof.
Om de Nederlandse dans nog beter te kunnen presenteren aan nationale en internationale programmeurs bereidt het TIN, samen met de Nederlandse Dansdagen en de VSCD Moving Meetings voor, een showcase programma voorafgaand aan de Dansdagen met meetings waar makers en gezelschappen de dialoog aan kunnen gaan met de podia. De gezamenlijke verantwoordelijkheid om het publiek voor dans te laten groeien staat daarin centraal. We streven naar een eerste editie van Moving Meetings in 2011. Graag gaan wij de komende periode met de NAPK over deze ambitie in dialoog.
Op dit moment zijn de laatste voorbereidingen voor het festival en met name voor het Gala van De Nederlandse Dans in volle gang. Deze belangrijke avond voor de promotie van de Nederlandse dans, met de uitreiking van de Zwanen voor de beste dansprestatie en dansproductie is een zeer belangrijk onderdeel van het festival. De inzet en investeringen van de betrokken gezelschappen en makers onderstrepen voor mij opnieuw de kracht en rijkdom van het dansveld. Een mooi divers veld, met een potentieel even divers publiek.
Tijdens het weekend van de Nederlandse Dansdagen is een groot deel van de dansprofessionals ook even publiek. Ik hoop u dan ook tegen te komen in Maastricht. Laat u verrassen. Laat u raken. En laten we ons voornemen de kracht van die ervaringen ten volle te benutten in ons werk.
Bron: Inleiding NAPK-Nieuwsbrief / 6 september 2010
Door Lineke Burghout, hoofd cluster Werkgeverszaken NAPK
Tweede week augustus, als ik net terug kom van vakantie, blijkt dat de gemeente Den Haag een bezuiniging van 7,69% op de culturele instellingen heeft afgekondigd per 1 januari 2011. Bezwaar hiertegen maken kan, maar dat moet dan op 19 augustus door de gemeente zijn ontvangen.
Als NAPK vinden we het belangrijk om onze leden hierin te ondersteunen. Er is echter te weinig tijd om, in overleg met een advocaat, te bepalen in hoeverre het maken van bezwaar haalbaar en/ of zinvol zou kunnen zijn. Het indienen van een pro forma bezwaar, waarin om uitstel wordt gevraagd voor het aanleveren van de nodige onderbouwing van het bezwaar, biedt uitkomst. Behalve dat onze leden in Den Haag dat doen, dient ook de NAPK een pro forma bezwaar in, maar het is niet zeker of dit ontvankelijk wordt verklaard. We wachten dat in spanning af.
Enkele dagen later ontvangen onze leden bericht dat hen slechts twee weken uitstel wordt verleend. De deadline is nu 2 september en dus is alsnog haast geboden. Ik besluit daarom een globaal juridisch advies te laten opstellen, waar alle betrokken leden hun voordeel mee kunnen doen. Vervolgens stellen we als NAPK, in overleg met onze advocaat, een brief op die de leden ter ondersteuning bij hun eigen bezwaar kunnen meesturen.
Intussen is het nieuwe seizoen van start gegaan en vond, zoals altijd tijdens de Uitmarkt, het jaarlijkse Paradisodebat plaats. Daar wordt opnieuw bevestigd hoe onontkoombaar ingrijpende bezuinigingen in de kunst en cultuursector zullen zijn. In dat licht bezien is het kortingsbesluit van de gemeente Den Haag waarschijnlijk slechts een ‘bescheiden’ voorbode van wat ons te wachten staat. Daar zal de sector zich op alle manieren tegen moeten wapenen. Het aantekenen van (juridisch) bezwaar is daar maar een heel klein onderdeel van. De woordvoerder van Kunsten ‘92 en een aantal deelnemers aan het debat roepen de sector op om met alternatieven en initiatieven te komen en om vooral zelf met een antwoord te komen op de vraag hoe het straks verder moet als die bezuinigingen realiteit worden. Er moet een plan komen, wordt er geroepen.
Dat is de uitdaging waar wij aan het begin van dit nieuwe seizoen voor staan. Voor de NAPK betekent dat: hoe kunnen wij onze leden op alle plekken in het land zo goed mogelijk steunen en wat kunnen wij doen om in deze periode van dreigende en al reële bezuinigingen de belangen van de hele sector zo goed mogelijk te behartigen? Daar ligt de komende periode onze hoogste prioriteit.
Graag nodig ik alle leden uit om daarover actief met ons mee te blijven denken. Dat kan tijdens bijeenkomsten en vergaderingen waar wij elkaar treffen, maar ook gewoon door per telefoon of per e-mail contact met ons op te nemen. Wij horen graag van u en u hoort zeker weer van ons!
Bron: Inleiding NAPK-Nieuwsbrief / 16 juni 2010
Door Joachim Fleury, secretaris NAPK-bestuur
Vorige maand mocht ik de Algemene Ledenvergadering van de NAPK meemaken en werd ik daar benoemd als secretaris van de vereniging – voor mij een hele eer en het begin van een leertraject, nu ik als buitenstaander de wereld, waarin u als leden dagelijks verkeert, natuurlijk maar in beperkte mate ken. Ik hoop echter mijn elders opgebouwde ervaring en deskundigheid te kunnen inzetten voor de NAPK als geheel en zo mogelijk ook voor individuele leden. De relevante kennis zal zich denk ik toespitsen op bepaalde juridische zaken (met name governance en de inrichting van statuten/reglementen), de gang van zaken in het buitenland (met name Engeland) en fondsenwerving.
Helemaal een vreemde eend in het culturele landschap ben ik niet: ik zit nu ruim twee jaar in het bestuur van het Holland Festival en bezoek daarnaast natuurlijk veel voorstellingen en concerten, in Nederland, Engeland en andere buitenlanden. Daarnaast zit ik in Londen in het bestuur van het moderne danstheater Sadler’s Wells en ben ik betrokken bij de organisatie van een aantal andere theaters (onder meer Donmar Warehouse, Almeida en The Gate), een toneelgezelschap (Oxford Shakespeare Company) en een dansfestival (Dance Umbrella).
De Britse culturele en politieke omgeving is vanzelfsprekend anders dan de Nederlandse, maar ik denk dat een breder international perspectief kan helpen bij het maken van NAPK beleid en bij het ondersteunen van leden. Daarnaast is men in Engeland veel verder met het professionaliseren van de fondsenwerving bij bedrijven en particulieren – noodgedwongen, omdat de overheidssubsidie voor podiumkunsten daar veel lager is (geworden) dan in Nederland. Met het oog op de zeer aanzienlijke bezuinigingen die ons te wachten staan (ongeacht wie de verkiezingen wint), kan het geen kwaad voor de NAPK en haar leden om de ervaringen van Britse gezelschappen op dit gebied goed te bestuderen.
Op het gebied van governance denk ik graag mee met individuele leden, die hun eigen structuur aan het (her)overwegen zijn. Hierbij kan zowel mijn juridische kennis als praktische ervaring van pas komen: als advocaat heb ik veel met het verenigingen- en stichtingenrecht te maken en bij het Holland Festival (een stichting) hebben we eind vorig jaar de structuur uitgebreid tegen het licht gehouden en onder meer een “board of governors” als nieuw orgaan ingevoerd. Dit orgaan en de andere doorgevoerde constitutionele wijzigingen dienen zowel de publieksverbreding, de diversiteit in de stichtingsorganen als de fondsenwerving. Mocht u belangstelling hebben in de achtergronden en details, dan licht ik die desgevraagd graag toe.*
Ik zie uit naar mijn werkzaamheden als bestuurssecretaris van de NAPK en vooral naar het contact met u als leden.
Ik hoop daarbij een bijdrage te kunnen leveren aan de waarde van het lidmaatschap voor individuele gezelschappen, producenten en orkesten.
Joachim Fleury is partner en hoofd van de wereldwijde sectorgroep telecom, media en technologie bij Advocatenkantoor Clifford Chance.
* Leden die met Joachim Fleury van gedachten willen wisselen, kunnen contact opnemen met Marianne Treurniet
Bron: Inleiding NAPK-nieuwsbrief / 18 mei 2010
Sophie Lambo, lid NAPK bestuur, zakelijk leider van dansgezelschap WArd/waRD – Ann Van den Broek.
Houdbaarheid
Ik ga het niet hebben over de Code Cultural Governance, de Code Culturele Diversiteit, de Cultuurformatie noch de FC, de OWMT, de VNME, Kunstenaars en Co and what have you. Ik wil het hebben over iets waar al langer over gepraat wordt, het is echt niet nieuw, maar het blijft mij bezighouden: houdbaarheid.
Melk is een paar dagen houdbaar, augurken een paar maanden en jam wel bijna een jaar. Na openen zijn ze ineens “beperkt houdbaar”. Hoe lang is dat? Een dag? Een week? Een maand? Bij twijfel gaan ze de vuilnisbak in. Hoe wij omgaan met onze kunstenaars en hun producten lijkt op de manier waarop wij omgaan met de houdbaarheid van ons voedsel: zodra geopend, op wat voor manier ook, na een paar dagen of een paar keer gebruik, wordt het weg gekiept. Heeft het succes, dan is de kans evengoed nóg klein dat het te zien blijft, want tja, geen plek. Er staan nieuwe producten voor de deur en we moeten dóór.
Hoe komen we uit die impasse? Hoe maken wij onze producten langer houdbaar zodat we er meer uit halen dan nu het geval is? Het antwoord, my friend, is niet blowing in the wind, maar heel helder: additieven, de suiker in de jam: daar draait het om. Welk ultiem middel kunnen wij dan toevoegen? In onze branche en in onze termen: het middel van opener programmeren, dat is onze suiker en dat geldt voor gezelschappen, producenten, orkesten en podia.
Houd op met dichttimmeren! Ons product blijft langer houdbaar als we verrassend blijven. Verrassend in die zin dat we spontaan speelperiodes kunnen verlengen of een herneming meteen kunnen aankondigen. Maar ook verrassend in wat we ons publiek voorschotelen: (nieuwe) makers met producten die op de actualiteit inspelen, vers, fris, een plotselinge samenwerking, wat morgen komt en niet over anderhalf jaar. Ik heb het over houdbaarheid op metaniveau.
Waar blijft de ruimte? We houden elkaar bij voortduring in een volstrekte houtgreep door alles maar eindeloos lang van te voren vast te leggen. Dat belemmert het denken vanuit creativiteit. Tuurlijk maken we allemaal beleidsplannen, maar ook daarvoor geldt – wat mij betreft – enige vrijheid in handelen zou op termijn wel eens bepleit mogen worden. Gewoon, omdat kunst zich niet alleen maar langs beleidslijnen ontwikkelt, inspiratie zich niet laat kanaliseren. Juist nu de toekomstperspectieven voor onze branche niet al te vrolijk lijken, is er reden temeer voor een flexibeler opstelling in alle opzichten. En de kreet dat het heel risicovol is om her en der open eindjes te hebben, is klinkklare nonsens: dichttimmeren is risicovol, want je kunt dus geen kant meer op.
Als je oog ergens op valt, kijk je er naar; als je voelt dat er iets in de lucht zit, anticipeer je; als de zon schijnt, ga je naar buiten. Ga ik nu doen. Op de fiets. Lekker naar de weilanden.
Bron: NAPK-nieuwsbrief / 13 april 2010

Jan Hoekema, voormalig voorzitter interim-bestuur NAPK
We zitten momenteel in een spannende fase van de Nederlandse politiek. Niet alleen wat betreft de landelijke – waar veel aandacht naar uit gaat na alle dramatische gebeurtenissen van de laatste weken – maar ook de lokale politiek.
Na de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart – in bijna alle Nederlandse gemeenten – worden nu de colleges gevormd en de collegeprogramma’s vastgesteld. Daarbij gaat het niet alleen om de vraag “doet de PVV mee na de grote winst van deze partij in Almere en (deels ook) in Den Haag” of de vraag of D66 nu wel of niet in Amsterdam meedoet. Het gaat vooral om de beleidsvoornemens tegen een achtergrond van fikse kortingen op de inkomsten die gemeentes ontvangen uit het Gemeentefonds. Omdat de mogelijkheden voor de verhoging van eigen inkomsten beperkt zijn – lastenverzwaringen voor burgers zullen weinig gemeentes aandurven – doemt een beeld op van aantasting van voorzieningen door bezuinigingen. De culturele sector zal niet worden ontzien, ondanks pleidooien dat wel te doen. Die pleidooien worden, ook in vergelijking met een paar jaar terug, minder gehoord. Integendeel, de kunst- en cultuursector, onze sector dus, staat voor de uitdaging helder te maken en waar te maken wat haar betekenis is. Dat is wennen na een lange periode waarin het “goede en schone” voldoende was om de intrinsieke waarde van kunst en cultuur te adstrueren. “De overheid is gene beoordelaar van kunst”, schreef Thorbecke in 1852 (citaat in verkorte versie) en dat heeft men de overheid lang voorgehouden om zodoende van de sector een aangenaam reservaat te maken. Daar zit iets dubbels in, want diezelfde overheid was er wel goed voor om via de belastingbetaler de sector te ondersteunen: gemeentes (nu bij elkaar opgeteld 1.7 miljard), provincies en het Rijk bij elkaar 4.5 miljard (onderzoekbureau Berenschot).
Nu er, en niet alleen bij de PVV, stemmen klinken om kunst en cultuur flink aan te pakken (al dan niet als “linkse hobby”), is het tijd op een rij te zetten waar het om moet gaan als de sector wordt verdedigd.
De VVD stelt bijvoorbeeld in minder schrille bewoordingen dan de PVV dat “de overheid als een soort omgekeerde Robin Hood opereert. Zij neemt belasting af van de armen en geeft subsidies aan de rijken” (Kamerlid Han ten Broeke in een recent Boekmancahier). Hij zal daarbij bijvoorbeeld de opera op het oog hebben waar dit soort “opleg” op een kaartje (de plus op de reële prijs) vaak als afschrikwekkend voorbeeld van “elitaire” subsidies wordt gebruikt. Vaak wordt dan gewezen op de verhoging van de eigen inkomsten door verzakelijking/commercialisering als oplossing naast het mecenaat. Het antwoord dat de eigen inkomsten al flink omhoog gegaan zijn – waar genoeg – is dan niet voldoende om de discussie te beslechten.
Ik denk dat een discussie nodig is over zowel de intrinsieke als de functionele waarde van de kunst. Dit zal niet het laatste woord zijn in de discussie, maar die wel op een zakelijker niveau tillen. Gedacht kan worden aan: de economische effecten (een bewoner van Utrecht betaalt gemiddeld € 25 aan Muziekcentrum Vredenburg, maar het centrum levert economisch jaarlijks € 250 per inwoner op); de bevordering van een goed werk- en leefklimaat in (veelal) binnensteden maar ook in wijken die “gelift” moeten worden en waarvoor kunst en cultuur (ateliers, kleine theaters, werk- en vrijplaatsen) een belangrijke bijdrage leveren; de diversiteit in de samenleving (publieksbereik!); de verrijking en horizonverbreding; de maatschappelijke discussie over thema’s die ook en vooral kunstzinnig kunnen en moeten worden verbeeld; de educatie van de jeugd en kansarme groepen; en – mag het – de verfraaiing van ons leven en werken. Ik ga nog maar een (sociaaldemocratisch) stapje verder: de verheffing van volksdelen om het op zijn jaren vijftigst te zeggen. Waarom halen we dit soort ouderwetse noties niet terug ? In Den Haag zag ik onlangs een theatrale verbeelding van de financiële en economische crisis die in zijn vertolking genuanceerder en overtuigender was dan het volkstoneel van begin 20ste eeuw of het vormingstoneel van de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw. Kunst houdt de boel dan niet bij elkaar; zij vormt wel een factor die kan binden, maar ook – laten we dat alsjeblieft niet vergeten – kan confronteren of shockeren. Ik zou hier niet het kind met het badwater willen weggooien. Als we een foto van een blote borst of een schilderij met bloot uit een raadhuis weghalen uit angst voor een maatschappelijke backlash, dan gaan we te ver terug naar vroeger eeuwen. Kunst mag uit de aard der zaak geen concessies doen aan haar wezen, maar rekening houden met de context waarin zij wordt gepresenteerd is altijd goed. Shockeren is iets anders dan moedwillig provoceren.
Ook in deze hypermaatschappij kan en moet kunst vragen opwerpen en ons letterlijk stil laten staan, op straat en in het theater of op de planken, en de adem benemen. Muziek, dans/ballet en theater zijn de drie pijlers waarop de NAPK nu rust. Het aanbod is groot, misschien wel te groot in een land waar iedere provinciestad wel een “multifunctioneel theatercomplex” wil hebben. Durven keuzes maken, nee zeggen tegen initiatieven, exploitatiesubsidies koppelen aan bouwsubsidies, eigen inkomsten op peil brengen, partnerschappen sluiten met andere partijen dan de overheid, er is veel wat de kunst zelf kan en moet doen. Maar speelbal van oppervlakkige en tendentieuze ideologieën, dat nooit. Liever links dan namaak.
Gegevens voor deze beschouwing zijn ontleend aan NRC Handelsblad van 27/28 februari 2010 “Kunst belangrijk voor economie gemeenten”.
Bron: Inleiding NAPK-Nieuwsbrief / 26 maart 2010
Stephen Hodes, voormalig bestuurslid interim-bestuur NAPK, directeur LAgroup
Tijdens de Haagse Muziek3daagse begin maart, sprak Bas Heijne een indrukwekkende column uit die de volgende dag in het NRC stond. Zijn column is hier te lezen. Een paar treffende citaten van Bas Heijne over de wens van de PVV in Den Haag om het Residentie Orkest op te doeken: “Het Residentie Orkest hoort net zo bij Den Haag als ADO – wanneer iedereen de hand over het hart strijkt, wanneer iedereen elkaar iets gunt, is er veel kou uit de lucht. Je hoeft het nut van waar je plezier aan beleeft niet meer te bewijzen.’’ En “Ook al ga je nooit naar een concert in de Doelen, dan kun je het belang voor de stad er nog wel van inzien. Rotterdam heeft het RPhO net zo hard nodig als Feyenoord – het verlies van een van beide zou een verlies voor de stad als gemeenschap betekenen.” Simpele argumentatie, maar juist daardoor zo treffend.
In een van de reacties op de column schrijft een van de NRC-lezers, “Ik verbaas me ook vaak over het gebrek aan tegenargumenten van politici.” Daaraan zou ik willen toevoegen, dat de cultuursector zelf ook niet altijd haar tegenargumenten op een rij heeft. Als de sector zelf niet helder kan uitleggen waarom zij een essentiële rol in onze maatschappij vervult, waarom zouden anderen het wel moeten kunnen? Hier ligt een belangrijke taak voor de individuele cultuurinstellingen én voor de sector als geheel – het kort, bondig en overtuigend verwoorden van het belang van haar eigen bestaansrecht. Niet verongelijkt, niet miskend, maar overtuigend en helder!
Ook voor de NAPK is het van belang om haar leden te voorzien van krachtige argumenten, zodat men op gemeentelijk, provinciaal en rijksniveau een weerwoord heeft. Ik was dus blij deze week van het NAPK-bureau te horen dat men druk bezig is met het opstellen van een toolkit voor de leden. Hoe helderder de argumentatie en hoe vaker we die met overtuiging uitdragen, hoe kleiner de kans dat het politieke en maatschappelijke draagvlak voor de kunsten gaat afnemen. Veel meer hierover in het hoofdartikel in deze nieuwsbrief.
Wel moeten we ons telkens realiseren dat het nooit een gelopen race zal zijn. Net zoals met de vrijheid van meningsuiting en religie, met de vrouwen- en homo-emancipatie, is ook draagvlak voor kunst en cultuur iets wat continu bevochten moeten worden. Niet eenmalig, maar met de kracht van de herhaling.
Bron: Inleiding NAPK-Nieuwsbrief /12 maart 2010
Mirjam van Dootingh, directeur NAPK
In het onderzoek van Netwerk CS ‘De olifant in de kamer’ en in de beleidsbrief Culturele Diversiteit van (toenmalig) minister Plasterk, werd vorig jaar geconcludeerd dat er bij publiek gefinancierde cultuur nog steeds sprake is van een ‘blanke monocultuur’. De NAPK werkt daarom mee aan de Code Culturele Diversiteit.
Het gaat niet alleen om het personeelsbestand (inclusief de besturen), maar ook om programmering, publiek en samenwerkingspartners. Om die monocultuur te doorbreken zetten de brancheorganisaties, waaronder NAPK – in de stuurgroep vertegenwoordigd door ondergetekende – en de sectorinstituten een proces in gang om tot een breed gedragen Code Culturele Diversiteit te komen.
Voormalig minister Plasterk schreef: “Ik neem het voorstel van Netwerk CS over om een Code Culturele Diversiteit te (laten) ontwikkelen. Dit is een gedragscode van de sector zelf… die de ambities en doelstellingen op het gebied van culturele diversiteit bevat.”
De sector, onder leiding van stuurgroepvoorzitter Noraly Beyer, is nu aan zet en gaat de komende vier maanden aan het werk om tot een code te komen. Zij zullen in grote openbare bijeenkomsten maar ook in kleinere werkgroepen zoveel mogelijk partijen uit de culturele sector betrekken bij het formuleren van de dode en uitnodigen tot hoor en wederhoor. Ook NAPK-leden worden daarvoor uitgenodigd. Belangstellenden kunnen contact met ondergetekende opnemen. De initiatiefnemers streven ernaar de code in het najaar in concept te kunnen presenteren.
Doel
Met het opstellen van een Code Culturele Diversiteit willen de brancheorganisaties en sectorinstituten het volgende bereiken:
• Het breed agenderen van het onderwerp culturele diversiteit binnen de cultuursector;
• Het zichtbaar maken binnen de sector en voor de financiers wat cultuurinstellingen (inclusief brancheorganisaties, sectorinstituten en cultuurfondsen) doen en bereiken op het gebied van culturele diversiteit;
• Het verankeren van culturele diversiteit binnen de cultuursector;
• Het bevorderen van zelfsturing binnen de sector op het gebied van culturele diversiteit.
Uiteindelijk moet er een doelgerichte, realistische en gedragen Code Culturele Diversiteit liggen, die ondertekend wordt door de brancheorganisaties en de sectorinstituten in de stuurgroep Code Culturele Diversiteit.

