cao

cao orkesten

De cao orkesten vindt u hier.

Stand van zaken onderhandelingen nieuwe cao Nederlandse orkesten

Medio juni 2011 zijn de onderhandelingen over de cao Nederlandse orkesten opgeschort. De vakbonden FNV KIEM en Ntb  hebben aangegeven dat zij zich met hun achterban moeten gaan beraden over het meest recente werkgeversvoorstel voor een raamcao. De mate waarin het werk en de inkomens van musici in het werkgeversvoorstel zouden moeten worden gewijzigd, maken dit volgens hen noodzakelijk

Het meest recente werkgeversvoorstel voor een raamcao is gebaseerd op de uitkomsten van de quick scan die de NAPK begin 2011 onder de orkestwerkgevers heeft gehouden. Uit deze scan blijkt dat de orkesten in het algemeen de volgende onderwerpen in de cao willen regelen:

  • omvang arbeidsduur;
  • percentage (jaarlijkse) loonsverhoging;
  • omschrijving van de taken van musicus;
  • het aantal vakantiedagen;
  • verhouding forfaitaire uren/direct inzetbare uren;
  • het maximum aantal werkdagen.
  • De orkestwerkgevers wensen echter op lokaal niveau beduidend meer ruimte om tot afspraken te komen over arbeidsvoorwaardelijke regelingen. Tegelijkertijd onderkennen zij het belang om via een raamcao afspraken te maken in een sector  ten aanzien van de hierboven genoemde onderwerpen.

    Het meest recente voorstel van de orkestwerkgevers is gebaseerd op de eerder genoemde quick scan waaruit ook duidelijk werd dat de orkestwerkgevers niet kunnen ingaan op het voorstel van de bonden van november 2010. Dit voorstel omvat teveel beperkende regelvoorstellen die een flexibele bedrijfsvoering van de orkesten onmogelijk maken. Ook kunnen de orkesten niet aan de hoge salariseisen tegemoetkomen. De bezuinigingsplannen van het ministerie van OCW geven de orkestwerkgevers extra reden een flexibele bedrijfsvoering te bevorderen en voorlopig salarisverhogingen te vermijden.

    Historie van onderhandelingen

    In april 2010 zijn de onderhandelingen ook opgeschort. Ondanks de goede moed om tot een succesvolle afronding te komen en de bereidheid van de NAPK om de eigen grenzen op te zoeken, is het overleg toen tot treurnis van de NAPK stukgelopen. De belangrijkste reden hiervoor was te vinden in de niet realistische wens tot een salarisverhoging van 30% die over vier jaar bereikt zou moeten zijn. Een ander onderwerp waarover de bonden en de NAPK teveel in opvatting verschilden, betrof de inzetbaarheid van musici.
    De NAPK voert al geruime tijd oriënterende gesprekken met de bonden over een grondige vernieuwing van de cao Nederlandse Orkesten. De NAPK vindt dat dringend noodzakelijk. De orkesten staan voor de opgave hun maatschappelijke profilering, publieksbereik en eigen inkomsten te vergroten. Dat stelt eisen aan het functioneren van de orkesten en dus aan de functie en arbeidsvoorwaarden van de orkestmusici.
    In het Visiedocument “We gaan het verdienen, we zijn het waard” van februari 2009 hebben NAPK en bonden daarover gezamenlijke uitgangspunten geformuleerd. Kernpunt is dat de nieuwe cao het mogelijk moet maken om de musici breder, efficiënter en flexibeler in te zetten. De NAPK heeft haar ideeën daarover geconcretiseerd in een geheel vernieuwde cao-tekst. Die tekst is begin januari 2010 aan de bonden gepresenteerd. Na achterbanraadpleging door de bonden heeft daarover begin maart in een tweedaagse bijeenkomst uitgebreid overleg tussen partijen plaatsgevonden. Naast de inzetbaarheid van de musici zijn er nog twee hoofdthema’s in dit vernieuwingstraject aan de orde: de professionalisering van de HRM-functie en het salarisniveau van de musici.
    Over dat laatste heeft Research voor Beleid in 2008 een uitgebreid onderzoek gedaan in opdracht van cao-partijen met als conclusie dat het salarisperspectief van de musici flink achterblijft bij dat van docenten op muziekscholen, docenten in het voortgezet onderwijs en op het conservatorium. (Zie het onderzoek “Naar een nieuw arrangement”.) De NAPK is bereid zich in te zetten voor het inlopen van die achterstand, waarbij uiteraard de vraag rijst waar de middelen om dat te financieren vandaan moeten komen.

    Contactpersoon: Mirjam Coronel-Timmermans.