Aanvullende ondersteuning voor culturele sector

Het kabinet stelt 300 miljoen euro extra beschikbaar voor de culturele sector. Met deze steun worden culturele instellingen die van vitaal belang zijn voor de sector, door de financieel zware eerste maanden van de coronacrisis heen geholpen. En hiermee worden ze ook in staat gesteld te investeren in het komende culturele seizoen. Zo steunt het kabinet de culturele sector en houdt het unieke Nederlandse artistieke product in stand. Ook kan door deze aanvullende ondersteuning de werkgelegenheid in deze sector zoveel mogelijk worden behouden.

De vier onderdelen waaruit het noodpakket bestaat zijn:

  • Extra middelen voor instellingen in de BIS en voor meerjarig gesubsidieerde instellingen bij de fondsen;
  • Verhoging van bestaande leenfaciliteiten bij het Nationaal Restauratiefonds voor rijksmonumenten;
  • Extra budget voor de fondsen voor ondersteuning van ‘cruciale instellingen in de keten’, met name in regio’s en steden, zoals gemeentelijke en provinciale musea, (pop-)podia en filmtheaters;
  • Verhoging van de leenfaciliteiten bij Cultuur+Ondernemen: cruciale private partijen in de keten, zoals vrije theaterproducenten, commerciële festivals en kunstgaleries, kunnen bij Cultuur+Ondernemen, mits voor hen de generieke maatregelen maximaal zijn benut.

Het nieuwe steunpakket is aanvullend op de eerdere maatregelen, zoals de regeling voor werktijdverkorting voor werknemers, extra ondersteuning voor zzp’ers, belastingmaatregelen en het coulancepakket voor de culturele sector. Dat pakket regelt onder meer dat de huur van rijksgesubsidieerde musea wordt opgeschort, subsidies blijven doorlopen en worden vooruitbetaald. De minister toont zich blij dat daarnaast door de sector een voucherregeling is gerealiseerd waardoor geld voor toegangskaartjes zoveel mogelijk in de sector blijft.