Interpretatie Cultuur in Beeld 2014 luistert nauw

Op maandag 1 december jl. is de jaarlijkse OCW-publicatie Cultuur in Beeld gepresenteerd tijdens een congres in de Van Nelle Fabriek te Rotterdam. Uit de cijfers blijkt dat de culturele sector het goed heeft gedaan in 2013.

Wat het ministerie zelf uitdrukkelijk benoemde bij de presentatie van de cijfers is dat het te vroeg is om hieraan conclusies te verbinden. Zeker voor de podiumkunstensector geldt dat voorstellingen zo lang van tevoren al zijn geboekt en dat veel afspraken al vast stonden toen de bezuinigingen kwamen. Die verplichtingen zijn nagekomen, vaak met incidentele budgetten (bijvoorbeeld uit frictiekosten), door in te teren op het eigen vermogen, door goedkoper te produceren of een beroep te doen op de welwillendheid van werknemers om zonder honorarium extra te werken. Dat is geen duurzaam financieringsmodel.

Daarnaast is er het hardst bezuinigd op ontwikkelinstellingen, de voormalige productiehuizen. De output van deze instellingen was niet zichtbaar in volwaardige producties omdat zij voornamelijk nieuwe talenten begeleidden. Het verlies van hun werking wordt dus ook niet zichtbaar in deze cijfers, maar heeft wel forse consequenties voor de ontwikkeling en innovatie van nieuwe generaties kunstenaars en daarmee ons culturele landschap.

Zoals DG Cultuur en Media Marjan Hammersma tijdens het congres ook aangaf, kunnen we pas in 2015 zien hoe de (podiumkunsten)sector er echt voor staat. Onze verwachting is dat het van binnen uithollen van de sector op de langere termijn pas echt zichtbaar wordt. De uitlatingen van de VVD-cultuurwoordvoerder in dit verband zijn daarom prematuur, tendentieus en schadelijk voor de sector.