Voorwaarden & kosten

Voorwaarden voor lidmaatschap
De voorwaarde voor lidmaatschap van de NAPK is dat de organisatie een in Nederland gevestigde rechtspersoon is die zich structureel op professionele wijze bezighoudt met het produceren en (laten) uitvoeren van podiumkunsten. Het uitgangspunt is dat de organisatie ten minste één nieuwe productie of herneming per jaar uitbrengt. Het bestuur van de NAPK bepaalt of de aanvrager voldoet aan de voorwaarden.

Als een organisatie niet aan bovenstaande voorwaarde voldoet, maar wel dusdanige raakvlakken met de branche heeft dat zij aansluiting bij de NAPK wenst, bestaat in bepaalde gevallen de mogelijkheid om geassocieerd lid te worden. Het bestuur van de NAPK bepaalt of de aanvrager hiervoor in aanmerking komt.

Cao naleving
Als je als NAPK-lid onder de werkingssfeer valt van de Cao Toneel en Dans, ben je verplicht deze cao volledig na te leven. Dit betekent dat je niet alleen de algemeen verbindend verklaarde bepalingen voor je werknemers moet toepassen, maar ook de niet algemeen verbindend verklaarde bepalingen zoals deelname aan de pensioenregeling, het Sociaal Fonds Podiumkunsten en, indien je dansers in dienst hebt, de Omscholingsregeling Dansers Nederland. Je valt onder de werkingssfeer als de werkgeversdefinitie in artikel 1 van de cao van toepassing is op jouw organisatie. Let wel, de sector waaraan je binnen de overlegstructuur van de NAPK gaat deelnemen, is niet altijd bepalend voor de vraag of je onder de werkingssfeer van de cao valt.

Contributieberekening
Het contributiebedrag bestaat uit een basisbedrag van € 500, vermeerderd met een percentage van  0,6% van de totale meerjarige overheidssubsidie, maar nooit meer dan € 25.000. Tot de meerjarige overheidsbijdragen worden de structurele geldstromen gerekend die vanuit Rijk (OCW, Fonds Podiumkunsten, Fonds Cultuurparticipatie), gemeenten en provincies worden toegekend ten behoeve van de functie die een lid vervult als producent van podiumkunstaanbod (en alles wat daarmee in directe zin samenhangt). Voor de berekening van de contributie wordt uitgegaan van het in het voorgaande kalenderjaar ontvangen subsidiebedrag. Alleen bij de start van een nieuwe cultuurplanperiode wordt het lopende jaar als referentie gebruikt. Voor geassocieerde leden wordt een andere, passende contributieregeling getroffen.