Nieuwe cao voor dans- en theatersector samen

CAO-TheaterDans Cover-2014-2015Vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers in de podiumkunsten, NAPK en FNV KIEM, hebben voor het eerst in de geschiedenis een gezamenlijke cao voor de theater- én de danssector afgesloten. Hierbij is gekozen voor een minimum-cao die een stevig fundament voor de arbeidsvoorwaarden legt. Er is in voorgaande jaren flink bezuinigd op deze sector en er is sprake van krimp. Met de nieuwe cao wordt concurrentie op arbeidsvoorwaarden voorkomen. De cao bevat een loonsverhoging van één procent per 1 september 2014 en één procent per 2015. Op 1 januari 2016 volgt een nieuwe verhoging met een half procent, die – mits de overheid voldoende geld beschikbaar stelt – kan worden verhoogd tot maximaal anderhalf procent.

Met het samenstellen van deze cao is een moderniseringsslag gemaakt: de cao bevat nieuwe afspraken voor de duurzame inzetbaarheid van werknemers. De cao bevat tevens advies en richtlijnen voor de omgang met zzp-ers, waarmee verschil in behandeling en beloning met werknemers in de sector wordt verkleind. In deze nieuwe cao is wederom de voor de sector noodzakelijke flexibiliteit geregeld, waarbij de regeling uit voormalige cao dans is overgenomen. Dat betekent dat een werknemer maximaal 15 maal een contract voor bepaalde tijd kan krijgen binnen een periode van 48 maanden. De cao loopt van 1 januari 2014 tot en met 30 juni 2016.

De werkgevers in de podiumkunsten (NAPK) en FNV KIEM doen een oproep aan het ministerie van Onderwijs en de HBO- en MBO- opleidingen om iets te doen aan het te grote aanbod van afgestudeerden. Ondanks de krimp in de sector neemt het aantal studenten op de kunstopleidingen nog ieder jaar toe. Ook wijzen ze op het verschijnsel van verdringing: in voorstellingen nemen goedkope stagiairs nog vaak de plaats in van afgestudeerde dansers of acteurs. Ook leidt het overaanbod aan beroepskrachten tot een negatieve druk op de arbeidsvoorwaarden.

persbericht