Oproep Raad voor Cultuur aan Tjeenk Willink: 477 miljoen extra voor culturele sector

De culturele sector heeft 477 miljoen euro per jaar extra nodig. Dat schrijft de Raad voor Cultuur in een brief aan informateur Tjeenk Willink. De Raad berekende het bedrag op basis van een analyse en doorrekening van adviezen uit de afgelopen kabinetsperiode. ‘Een sterke culturele sector heeft een belangrijke economische en maatschappelijke aanjaagfunctie.’

De Raad wil de extra 477 miljoen euro besteden aan verbreding, regionale spreiding en eerlijke beloning van cultuur (285 miljoen euro extra), erfgoed (27 miljoen extra), media (70 miljoen extra) en bibliotheken (95 miljoen extra). Daarnaast is volgens de raad incidenteel 83 miljoen euro nodig, bestemd voor onder andere digitalisering en versterking van het revolverend productiefonds voor niet-gesubsidieerde producenten en het Nationaal Aankoopfonds voor het behoud van nationaal erfgoed.

Deze investeringsagenda voor cultuur is volgens de Raad ‘een minimale noodzakelijke investering in verhouding tot de meetbare en niet-meetbare opbrengst van cultuur voor economie en samenleving’. Het Rijk geeft momenteel ongeveer 1 miljard euro per jaar uit aan cultuur; dit is minder dan 0,3 procent van de rijksbegroting. Provincies en gemeenten investeren samen 2,3 miljard euro.

In de brief benadrukt de Raad dat cultuur niet alleen positief bijdraagt aan mentale gezondheid en welbevinden, maar ook een belangrijke bouwsteen in het herstel na de huidige coronacrisis is. ‘Ook in economisch opzicht is de waarde van cultuur vaak veel groter dan gedacht. De culturele en creatieve sector draagt jaarlijks met 25,5 miljard euro tot wel 3,7 procent bij aan het bruto nationaal product van Nederland. De totale sector is goed voor zo’n 320 duizend banen, 4,5 procent van de totale werkgelegenheid, is ongeveer even groot als de bouwsector en zelfs bijna 2 maal zo groot als de landbouw. Daar komen de positieve effecten qua omzet en werkgelegenheid in aanpalende sectoren als horeca, beveiliging, infrastructuur en techniek nog bij.’