Taskforce: nieuwe routekaart biedt weinig perspectief

Concertzalen, theaters en musea zien nog weinig soelaas in de routekaart die het kabinet gisteren presenteerde. De Taskforce culturele en creatieve sector heeft er begrip voor dat het kabinet voorzichtig te werk gaat en eerst nog kiest voor veiligheid. Tegelijkertijd rekent de Taskforce erop dat in een volgende versie van de routekaart ook evenredigheid, billijkheid en vooral ook perspectief op betere tijden de overhand krijgen.

De versoepeling van maatregelen is nog niet gekoppeld aan een helder uitgangspunt, gaat in geval van culturele instellingen zelfs uit van strengere beperkingen en doet geen recht aan maatregelen die culturele instellingen hebben genomen om veilig bezoek te kunnen ontvangen. Voor culturele instellingen en doorstroomlocaties blijft tot en met niveau waakzaam voorafgaand reserveren en triage verplicht. Dat zijn forse beperkingen die spontaan cultuurbezoek onmogelijk maken.

Toch is er een lichtpunt. Het kabinet werkt de routekaart nu regelmatig bij. De sector vertrouwt er dan ook op dat een betere kaart aanstaande is. In de ‘kleine lettertjes’ onderaan de routekaart wordt aangegeven dat onderzocht wordt onder welke voorwaarden een geschikte alternatieve norm kan gelden.

De Taskforce culturele en creatieve sector pleit ervoor om de routekaart voor culturele instellingen te koppelen aan twee heldere uitgangspunten: een maximale bezoekcapaciteit per gebouw op basis van de anderhalve meter norm, en daarnaast voor elke zaal met stoelen heldere placeringsnormen. Andere maatregelen om de risico’s op besmetting terug te dringen zijn door alle culturele instellingen genomen en worden gehandhaafd, denk aan blokprogrammering, looproutes, tijdslots, sanitair en garderobe en ventilatie.

Verder wacht de Taskforce culturele en creatieve sector met smart op een aanvulling van de routekaart met cultuureducatie en -participatie. Het gaat dan om in binnen- en buitenschools cultuuronderwijs voor miljoenen leerlingen en de actieve kunstbeoefening van circa 6,5 miljoen Nederlanders van jong tot oud.

Opstarten van dit deel van de cultuursector betekent eveneens weer werk en inkomen voor kunstenaars die vaak een gemengde beroepspraktijk hebben en ook als docent, dirigent of koorleider werkzaam zijn. Ook zij hebben broodnodig behoefte aan perspectief nu de coronanoodsteun hun nauwelijks bereikt.